okt 022019
 

Ik heb de gewoonte om notities1 die ik op mijn Mac, iPhone of iPad maak te voorzien van een ‘tag (of ‘label’ in goed Nederlands).

Het handige van deze aanpak is dat ik heel snel een stuk tekst kan vinden ongeacht waar het op mijn computer, telefoon, tablet of ‘in the cloud’ (Dropbox, iCloud, Google Drive, etc.) is opgeslagen.

Ik moet er natuurlijk voor zorgen dat er geen tag-wildgroei ontstaat waardoor ik het gewenste stuk tekst of het document niet vind.

Voor de naamgeving van zo’n tag hanteer ik een paar eenvoudige regeltjes.

  1. Een tag begint altijd met een hekje (‘#’)2
  2. Tags bestaan uitsluitend uit kleine letters
    • dan hoef je daar bij het bedenken van een tag niet meer over na te denken
  3. Eén of meerdere tags Altijd in de titel/kop of direct na de titel of kop3Het is namelijk zeer onwaarschijnlijk dat ik teksten schrijf waarin woorden worden gebruikt die met een hekje beginnen4
  4. Tags zijn kort en puntig
  5. Een tag is altijd een woord in enkelvoud
    • dus niet #films maar #film, niet #lijsten maar #lijst

Ter illustratie een paar voorbeelden:

  • #hoedan – tekst waarin beschreven staat hoe je iets moet doen
  • #lijst – tekst met lijst(en) of opsommingen
  • #todo – tekst met uit te voeren taken
  • #verslag – een verslag
  • #notitie – een korte notitie
  • #tip – tekst met één of meerdere tips
  • #outline – een outline
  • #! voor teksten waarvan ik nog niet weet welke tag ik ga gebruiken

Heb je suggesties? Laat het me dan weten. GRAAG!


  1. Ongeacht of ik ze maak in de Notities app, met een willekeurige tekstverwerker en ongeacht op welke computer, telefoon of tablet  
  2. # wordt ook vaak het hash–teken genoemd  
  3. in ‘t laatste geval dus op de tweede regel  
  4. Voor die enkele keer dat ik een woord gebruik dat wel met een hekje begint neem ik dat op de koop toe.  
jan 252017
 

Ik schrijf als het even kan teksten in het “platte tekst[1]” formaat.

Dat doe ik omdat platte tekst het enige formaat is dat universeel en toekomstvast is.

Universeel omdat zulke tekst op elke computer of tablet of smartphone gelezen en weer bewerkt kan worden.

Toekomstvast omdat je nooit weet wanneer die tekst weer gebruikt gaat worden en of er dan een apparaat is dat in staat is om opgemaakte tekst in te laden en zoals ik het, toen ik het schreef, bedoelde te tonen.

Immers:

1. Je weet van te voren nooit of vreemde lettertypes (fonts) ook op de computer of tablet van de ontvanger aanwezig zijn.  

2. Je weet nooit op welk soort computer of tablet die tekst weer gelezen of verder bewerkt gaat worden.

3. Opmaak (inspringen, wet, cursief etc.) wordt in de tekst “onder water” opgeslagen. De ontvanger moet maar net hetzelfde app-je hebben om alle opmaak te kunnen laten interpreteren. (Microsoft Word gebruikt andere onderwater-codes dan Apple Pages of een andere tekstverwerkings app).


  1. “Platte tekst” is tekst zonder opmaak (dus alleen maar letters, cijfers en leestekens, maar geen vet, cursief, inspringen, etc.). Vergelijkbaar dus met “plat water” (water uit de kraan).  ↩